ECLI:NL:RVS:2022:3604
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en onderzoek drugsgebruik ondanks vormverzuim
Op 5 juni 2021 werd appellant staande gehouden vanwege vermoedelijk rijden onder invloed van cannabis. Een speekseltest en bloedonderzoek toonden aan dat appellant cannabis in zijn lichaam had. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) schorste zijn rijbewijs en legde een onderzoek naar drugsgebruik op.
Appellant stelde dat hij te laat op de hoogte was gesteld van de bloedonderzoekuitslag, waardoor een tegenonderzoek onmogelijk was, en dat hij onterecht niet is gehoord in de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelde dat het CBR op basis van het proces-verbaal en aanvullende omstandigheden een vermoeden van rijden onder invloed mocht aannemen en dat het ontbreken van een hoorzitting niet tot een ander besluit had kunnen leiden.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten, maar de Raad van State vond geen aanleiding de gemotiveerde beoordeling van de rechtbank te wijzigen. De Raad bevestigde het besluit van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een onderzoek naar drugsgebruik worden bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.