ECLI:NL:RVS:2022:3625
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Nederlanderschap wegens onvoldoende ingeburgerdheid
Appellant verzocht om verlening van het Nederlanderschap, maar de staatssecretaris wees dit af omdat appellant niet als voldoende ingeburgerd werd beschouwd, omdat hij geen diploma van inburgering had overgelegd. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg had appellant ontheven van de inburgeringsplicht, maar de staatssecretaris achtte dit onvoldoende voor vrijstelling van de naturalisatietoets. Appellant voerde aan dat het besluit van het college zwaar moest wegen en dat hij voldoende inspanningen had geleverd, waaronder 648 uur onderwijs aan het ROC Tilburg.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris het besluit van het college niet deugdelijk heeft betrokken bij zijn beoordeling en dat de hoorplicht in bezwaar is geschonden. De Afdeling stelt dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is en dat de rechtbank ten onrechte de geschonden hoorplicht heeft gepasseerd.
De Afdeling vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt dat de staatssecretaris opnieuw beslist met inachtneming van deze uitspraak, waarbij appellant vooraf moet worden gehoord. Tevens bepaalt de Afdeling dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij haar kan worden ingesteld. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak en voorafgaand horen van appellant.