ECLI:NL:RVS:2022:3628
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving beëindiging gebruik bijgebouw als recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Renkum legde aan appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van een bijgebouw als woning of recreatiewoning te beëindigen, inclusief het verwijderen van keuken en sanitaire voorzieningen. Appellant gebruikte het gebouw als recreatiewoning en betwistte dat dit in strijd was met het bestemmingsplan "Buunderkamp 2010".
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat het gebouw een bijgebouw is en geen hoofdgebouw, waardoor het gebruik als zelfstandige bewoning strijdig is met het bestemmingsplan. Civielrechtelijke afspraken over gebruik beperken het feitelijke strijdige gebruik niet.
Het beroep op overgangsrecht faalt omdat het gebruik reeds in strijd was met het vorige bestemmingsplan. Het college handhaaft terecht, ook gelet op het algemeen belang en het ontbreken van concrete zicht op legalisatie. De last strekt niet verder dan noodzakelijk, omdat het verwijderen van keuken en badkamer noodzakelijk is om het strijdige gebruik te beëindigen.
De Afdeling bevestigt het bestreden vonnis en schorst bij wijze van voorlopige voorziening de last voor het verwijderen van keuken en sanitaire voorzieningen voor zes weken na verzending van de uitspraak, zodat appellant tijd krijgt om aan de last te voldoen. De dwangsom zal daarna verbeurd zijn indien niet voldaan wordt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd met een tijdelijke schorsing van zes weken voor het verwijderen van keuken en sanitaire voorzieningen.