ECLI:NL:RVS:2022:3635
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling terugkeerrisico Iran
De vreemdeling, een Iraanse vrouw die asiel aanvraagt vanwege haar bekering tot het christendom, kreeg haar aanvraag afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris achtte haar bekering niet geloofwaardig, maar erkende haar afvalligheid van de islam. Hij stelde dat afvalligen die hun afvalligheid niet actief uitdragen, in Iran geen reëel risico lopen op vervolging.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is bepaald dat het terugkeerrisico van afvalligen beter moet worden onderzocht en beoordeeld, mede rekening houdend met recente maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in Iran.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 4 juni 2021 en de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris moet het terugkeerrisico opnieuw beoordelen en de proceskosten van de vreemdeling vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris moet het terugkeerrisico opnieuw beoordelen.