ECLI:NL:RVS:2022:3641
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang bij afgewezen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 juni 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 7 december 2022 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, aan de vreemdeling moet vergoeden.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en beschermt de vreemdeling tegen uitzetting in afwachting van een definitieve uitspraak in hoger beroep. De uitspraak werd gedaan in het openbaar en schriftelijk vastgelegd door voorzieningenrechter C.J. Borman.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.