ECLI:NL:RVS:2022:3661
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring hoger beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had bij besluit van 21 maart 2022 de aanvraag ingewilligd, zonder vaststelling van een bestuurlijke dwangsom. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 21 maart 2022 ongegrond.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak waarin dezelfde rechtsvragen waren beantwoord, met betrekking tot de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, het gelijkwaardigheidsbeginsel, het doeltreffendheidsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.