ECLI:NL:RVS:2022:3672
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen zijn uitzetting, nadat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ambtshalve had geweigerd uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling tegen deze weigering ongegrond verklaard, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen op 8 december 2022 en bevestigt de bescherming van de vreemdeling gedurende de procedure van hoger beroep, waarbij de belangen van de vreemdeling worden gewaarborgd totdat een definitieve uitspraak is gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.