ECLI:NL:RVS:2022:3680
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdelingen stelden beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft vervolgens op 24 mei 2022 de aanvragen ingewilligd, zonder vast te stellen dat een bestuurlijke dwangsom was verbeurd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en de beroepen tegen de besluiten van 24 mei 2022 ongegrond. De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak over de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en relevante beginselen zoals het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.