ECLI:NL:RVS:2022:3684
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 28 april 2022 de aanvraag ingewilligd, zonder vast te stellen dat een bestuurlijke dwangsom was verbeurd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 28 april 2022 ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het beroep is gebaseerd op rechtsvragen die reeds in eerdere uitspraken zijn beantwoord, onder meer over de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en beginselen van het Unierecht.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.