ECLI:NL:RVS:2022:369
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 januari 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 januari 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457). Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand verleend door een derde.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos in aanwezigheid van griffier mr. N. Tibold op 4 februari 2022. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de procedure gewaarborgd en wordt uitvoering van het uitzettingsbesluit voorlopig opgeschort.
Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.