ECLI:NL:RVS:2022:3696
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verleende bij besluit van 22 juni 2022 alsnog de verblijfsvergunning en stelde vast dat geen bestuurlijke dwangsom was verbeurd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens bevestigde zij dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat geen bestuurlijke dwangsom is verbeurd en verklaarde het beroep tegen het besluit van 22 juni 2022 ongegrond.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak van de rechtbank wordt hiermee bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 22 juni 2022 is ongegrond verklaard.