ECLI:NL:RVS:2022:3701
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdelingen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen. De staatssecretaris had op 25 april 2022 de aanvragen ingewilligd zonder een bestuurlijke dwangsom vast te stellen.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en de beroepen tegen de besluiten van 25 april 2022 ongegrond. De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het beroep is gebaseerd op reeds beantwoorde rechtsvragen omtrent de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en beginselen van Unierechtelijke gelijkwaardigheid, doeltreffendheid en effectieve rechtsbescherming.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.