ECLI:NL:RVS:2022:3718
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel en bestuurlijke dwangsom
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 4 april 2022 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen ingewilligd, zonder vaststelling van een bestuurlijke dwangsom. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 september 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep betrof een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, met name omtrent de toepassing van artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel, het doeltreffendheidsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf om anders te beslissen dan in de eerdere uitspraak. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe vragen van belang voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.