ECLI:NL:RVS:2022:3722
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had op 12 augustus 2022 de asielaanvraag ingewilligd, zonder vast te stellen dat een bestuurlijke dwangsom was verbeurd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 12 augustus 2022 ongegrond.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming dienen te worden beantwoord. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak van 30 november 2022 waarin dezelfde rechtsvragen waren behandeld.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid C.J. Borman.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.