ECLI:NL:RVS:2022:3728
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft later de aanvraag ingewilligd zonder een bestuurlijke dwangsom vast te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit zelf ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin dezelfde rechtsvragen zijn beantwoord, met name over de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en beginselen als het gelijkwaardigheidsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.