ECLI:NL:RVS:2022:3762
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering woningvormingsvergunning wegens leefbaarheidsbelangen en parkeerdruk
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend weigerde een vergunning voor het vormen van drie woonruimten in een eengezinswoning. De aanvrager stemde mondeling in met opschorting van de beslistermijn, maar niet schriftelijk binnen de termijn, waardoor de vergunning van rechtswege werd verleend volgens de rechtbank.
Het college stelde hoger beroep in tegen dit oordeel, maar de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de schriftelijke instemming binnen de beslistermijn vereist is en dat de vergunning derhalve van rechtswege is verleend. Vervolgens herroepen het college en verklaarden de bezwaren gegrond, waarna de vergunning alsnog werd geweigerd.
De aanvrager voerde onder meer een beroep op het vertrouwensbeginsel en stelde dat het college onvoldoende rekening hield met de grote vraag naar betaalbare woningen en dat maatregelen waren getroffen tegen geluidsoverlast. De Afdeling verwierp deze gronden en oordeelde dat het college terecht leefbaarheidsaspecten zoals clustering, geluidsoverlast en hoge parkeerdruk heeft meegewogen.
De Afdeling concludeerde dat de weigering van de vergunning gerechtvaardigd was vanwege de onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefmilieu. Het beroep van de aanvrager werd ongegrond verklaard en het hoger beroep van het college verworpen, waarmee de weigering definitief bleef staan.
Uitkomst: De weigering van de woningvormingsvergunning wordt bevestigd vanwege overschrijding beslistermijn zonder schriftelijke opschorting en gegronde leefbaarheids- en parkeerdrukbezwaren.