ECLI:NL:RVS:2022:3765
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verleende de vergunning uiteindelijk bij besluit van 16 augustus 2022, zonder een bestuurlijke dwangsom vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het verleende besluit ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming beantwoord moeten worden. Het betrof een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, onder meer over de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en beginselen van Unierechtelijke gelijkwaardigheid en effectieve rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.