ECLI:NL:RVS:2022:377
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.J. Borman
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring beroep vreemdeling in asielzaak
De vreemdeling uit Iran verzocht om een verblijfsvergunning asiel, gebaseerd op mishandeling door haar echtgenoot en vervolging wegens overspel. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege tegenstrijdigheden en ongeloofwaardigheid in haar relaas. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de motivatie van de staatssecretaris inzake ongeloofwaardigheid van het asielrelaas onvoldoende had beoordeeld, met name over het niet kunnen benoemen van het laatste contact met de echtgenoot, de ongeloofwaardigheid van de buitenechtelijke relatie en het ontbreken van voldoende bewijsstukken.
Ook was de staatssecretaris niet gehouden tot nader medisch onderzoek, omdat het iMMO-rapport onvoldoende overtuigend was en het asielrelaas tegenstrijdigheden bevatte. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.