ECLI:NL:RVS:2018:2085
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toetsingskader voor medische adviezen bij beoordeling geloofwaardigheid asielrelaas
In deze zaak heeft de staatssecretaris een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betreft het gewicht dat moet worden toegekend aan medische adviezen van de Forensisch Medische Maatschappij Utrecht (FMMU) en een rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO) bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas. De Afdeling heeft het toetsingskader aangepast en verduidelijkt dat een FMMU-advies, opgesteld conform het Protocol, als vakkundig en zorgvuldig mag worden beschouwd. Daarnaast moet de staatssecretaris bij een iMMO-rapport dat concludent en inzichtelijk is, de conclusies daarvan betrekken bij zijn beoordeling.
De Afdeling overweegt dat het iMMO-rapport kan aantonen dat medische problematiek ten tijde van de gehoren het vermogen om coherent te verklaren heeft beïnvloed. Dit kan leiden tot een verplichting voor nader medisch onderzoek. In deze zaak faalt het beroep van de vreemdeling dat de staatssecretaris nader onderzoek had moeten verrichten, omdat het iMMO-rapport niet voldoende overtuigend was en er geen aanvullend bewijs was. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.