ECLI:NL:RVS:2022:3773
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over dwangsom bij niet tijdig besluit asielverblijfsvergunning
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en legde de staatssecretaris op binnen zestien weken een besluit te nemen, met een dwangsom van € 100 per dag vertraging tot een maximum van € 7.500.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich uitsluitend op de overweging van de rechtbank over de dwangsom. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die beantwoording behoefden en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 379,50. De zaak werd als licht aangemerkt, waardoor een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast.
De uitspraak onderstreept het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en bevestigt het beginsel van effectieve rechtsbescherming bij dwangsommen in het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.