ECLI:NL:RVS:2022:378
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Raad van State beslist over voorlopige voorziening inzake invordering dwangsommen en bestuursdwangkosten na brand drugslaboratorium
Op 1 augustus 2019 brandde een schuur op het perceel van verzoeker te Overasselt af, waarbij een drugslaboratorium werd aangetroffen. Het college van burgemeester en wethouders van Heumen legde lasten onder dwangsom en bestuursdwang op wegens overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming. Verzoeker maakte bezwaar tegen invordering van dwangsommen en kosten bestuursdwang.
De voorzieningenrechter had bij uitspraak van 11 januari 2022 de invordering van dwangsommen en kosten bestuursdwang deels geschorst. Bij de zitting van 25 januari 2022 werd onderzocht of deze voorlopige voorziening ambtshalve kon worden opgeheven of gewijzigd. Verzoeker voerde aan dat hij door overmacht niet aan de last kon voldoen, onder meer vanwege sluiting van zijn perceel, financiële problemen en gezondheidsklachten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden invordering in de weg stonden. De financiële draagkracht werd niet als belemmering gezien, mede omdat verzoeker onroerend goed bezit en betalingsvoorstellen had gedaan. De schorsing van de invordering werd daarom opgeheven. De schorsing van de kosten bestuursdwang bleef gehandhaafd vanwege de mogelijke ernstige gevolgen voor verzoeker, zoals verlies van zijn woning.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is een voorlopige voorziening en bindt niet in de bodemprocedure, waarin de Afdeling bestuursrechtspraak een definitief oordeel zal geven.
Uitkomst: De voorlopige voorziening is deels opgeheven en deels gehandhaafd; het college moet proceskosten vergoeden.