ECLI:NL:RVS:2022:52
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen invordering dwangsommen en bestuursdwang bij bodemverontreiniging
Het college van burgemeester en wethouders van Heumen heeft op 5 oktober 2020 besloten tot invordering van door verzoeker verbeurde dwangsommen, opgelegd op 6 april 2020 en 9 oktober 2020 wegens bodemverontreiniging na brand in een drugslaboratorium op zijn perceel.
Verzoeker betoogt dat bijzondere omstandigheden, zoals onvoldoende financiële middelen en weigering van krediet door zijn bank, hem redelijkerwijs verhinderden om aan de last onder dwangsom en bestuursdwang te voldoen. Tevens stelt hij dat het college niet zorgvuldig heeft gehandeld bij de bestuursdwang.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks het late verzoek om voorlopige voorziening, de belangen van verzoeker, met name het dreigende verlies van zijn woning door executoriale verkoop, zwaar wegen. De rechtbank wijst erop dat de bestuursrechter niet bevoegd is voor executiegeschillen, maar dat een voorlopige voorziening indirect gevolgen kan hebben voor de houdbaarheid van het dwangbevel.
Daarom wordt bij wijze van ordemaatregel de invordering en kostenbesluiten geschorst totdat een inhoudelijke beoordeling op de zitting van 25 januari 2022 kan plaatsvinden. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak betreft uitsluitend de besluiten van 5 oktober 2020, 26 februari 2021 en 18 mei 2021.
Uitkomst: De Raad van State schorst bij wijze van voorlopige voorziening de invordering van dwangsommen en bestuursdwangkosten.