ECLI:NL:RVS:2022:3808

Raad van State

Datum uitspraak
16 december 2022
Publicatiedatum
19 december 2022
Zaaknummer
202206611/3/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdelingen in hoger beroep

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 juni 2022 de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 21 oktober 2022 de beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is, zodat de vreemdelingen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de vreemdelingen opvang en verstrekkingen ontvangen. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdelingen hebben gemaakt, ter hoogte van € 759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan op 16 december 2022 door voorzieningenrechter J.M. Willems, in aanwezigheid van griffier E.L. Iedema. Deze voorlopige voorziening biedt bescherming aan de vreemdelingen gedurende de duur van het hoger beroep tegen hun uitzetting en waarborgt hun recht op opvang.

Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en krijgen opvang; de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

202206611/3/V2.
Datum uitspraak: 16 december 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen,
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 21 oktober 2022 in zaken nrs. NL22.11563 en NL22.11564 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 9 juni 2022 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 21 oktober 2022 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Iedema
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2022
853-987