ECLI:NL:RVS:2022:3814
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek verkeersboetes
Verzoeker heeft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) informatie gevraagd over aan hem opgelegde verkeersboetes om deze aan te vechten. De minister van Justitie en Veiligheid besloot de verzoeken wegens misbruik van recht buiten behandeling te stellen. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en beval alsnog een besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het doel van de Wob-verzoeken uitsluitend was gericht op het aanvechten van de verkeersboetes, wat misbruik van recht oplevert. Daarom had de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De Afdeling vernietigde de uitspraken van de rechtbank en verklaarde het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk. Hiermee wordt bevestigd dat Wob-verzoeken niet mogen worden gebruikt als middel om bezwaarprocedures te omzeilen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het Wob-verzoek.