ECLI:NL:RVS:2018:2965
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens misbruik Wob-verzoek inzake verkeersboete
Appellant verzocht het college om een dwangsom vast te stellen wegens het niet tijdig besluiten op een Wob-verzoek over een verkeersboete. Het college weigerde dit, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het Wob-verzoek misbruik van bevoegdheid inhoudt omdat informatie over een verkeersboete via andere wettelijke procedures kan worden verkregen, waarbij de privacy beter wordt beschermd. Het verzoek diende niet ter bevordering van een goede en democratische bestuursvoering, maar slechts om de verkeersboete aan te vechten.
Gezien het misbruik van bevoegdheid verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat appellant niet ontvankelijk is in zijn hoger beroep, maar behoudt wel de mogelijkheid om via de reguliere procedures tegen de verkeersboete bezwaar te maken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van bevoegdheid bij het indienen van het Wob-verzoek.