ECLI:NL:RVS:2022:382
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang bij afwijzing asielverzoek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 november 2021 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 19 januari 2022 niet-ontvankelijk verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 9 februari 2022 door de voorzieningenrechter B. Meijer, in aanwezigheid van griffier H. Vonk. De voorlopige voorziening biedt de vreemdeling bescherming gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.