ECLI:NL:RVS:2022:3829
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet tijdig beslissen op asielaanvragen en dwangsom
De vreemdelingen hadden afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had deze beroepen gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen binnen twee weken te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die de eerdere jurisprudentie zouden wijzigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris had de aanvragen uiteindelijk op 5 juli 2022 ingewilligd en daarbij een voorwaardelijke dwangsom vastgesteld wegens overschrijding van de termijn. De Afdeling concludeerde dat de besluiten volledig tegemoetkomen aan het beroep en dat er geen verdere beslissing nodig is.
Tot slot werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, waarbij de zaak als licht werd aangemerkt vanwege de aard van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.