ECLI:NL:RVS:2022:3847
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag had het beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen binnen zestien weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
De staatssecretaris nam binnen deze termijn een besluit en verleende de verblijfsvergunning. Hierdoor was het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank niet ontvankelijk, omdat er geen belang meer was bij de beoordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De vreemdeling had geen bezwaar gemaakt tegen het besluit, zodat ook geen beroep van rechtswege ontstond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit binnen de gestelde termijn is genomen.