ECLI:NL:RVS:2022:3877
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit college Rotterdam over adreswijziging en bestuurlijke boetes in basisregistratie personen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wijzigde op 3 december 2019 ambtshalve het adres van appellanten en hun kinderen in de basisregistratie personen (brp) naar een ander adres dan waar zij stonden ingeschreven. Tevens legde het college bestuurlijke boetes op wegens het niet doen van aangifte van verblijf en adreswijziging. Appellanten voerden aan dat zij op twee adressen woonden vanwege zorg aan een familielid en betwistten de conclusies van het college na het adresonderzoek.
De rechtbank oordeelde dat er gerede twijfel bestond over het woonadres van appellanten en dat zij onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij op het oorspronkelijke adres woonden. In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat het college beide adressen had onderzocht en dat het adresonderzoek voldoende was om te bepalen waar appellanten naar redelijke verwachting de meeste nachten zouden verblijven.
De Raad van State concludeerde dat het college terecht het adres ambtshalve had gewijzigd en de boetes had opgelegd. De bezwaren tegen het huisbezoek en de beoordeling van persoonlijke spullen faalden. Ook de boetes voor de minderjarige kinderen waren terecht opgelegd aan de ouders. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.