ECLI:NL:RVS:2022:3889
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving melkveehouderij wegens onvoldoende motivering vergunningplicht bemesting
Het college van Gedeputeerde Staten Limburg wees het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen een melkveehouderij in Susteren af omdat het weiden en bemesten van gronden toen vrijgesteld was van vergunningplicht. Na een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak (PAS-uitspraak) werd deze vrijstelling als onverbindend beschouwd, maar het college bleef handhaving weigeren vanwege het ontbreken van een beoordelingskader.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd en dat het de veehouderij in de gelegenheid moest stellen een vergunningaanvraag te doen. Het college ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat sinds 1 januari 2020 de vergunningplicht is beperkt tot activiteiten met significante gevolgen, waardoor niet per definitie sprake is van overtreding bij het uitblijven van een aanvraag.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht stelde dat niet zonder meer sprake is van overtreding en dat de termijn van zestien weken voor het nemen van een nieuw besluit te kort was. Het college had vastgesteld dat de bemeste percelen vanaf 1994 agrarisch bestemd zijn, maar had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze percelen ook feitelijk als landbouwgrond in gebruik waren. Hierdoor was niet uitgesloten dat bemesting significante gevolgen heeft. Het besluit van 19 februari 2021 werd vernietigd en het college opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 19 februari 2021 wordt vernietigd en het college wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.