ECLI:NL:RVS:2022:3925
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had op 21 juli 2022 de aanvraag ingewilligd, zonder vast te stellen dat een bestuurlijke dwangsom was verbeurd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 21 juli 2022 ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die aanleiding gaven tot een ander oordeel dan eerder gegeven in een uitspraak van 30 november 2022. Daarom bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel, het doeltreffendheidsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming in deze context.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.