ECLI:NL:RVS:2022:394
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor airco-unit op monumentaal pand in Den Haag
Op 7 maart 2018 vroeg een partij een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een airco-unit op de luifel van een pand aan de [locatie] te Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders weigerde aanvankelijk de vergunning, maar verleende deze alsnog na bezwaar op 23 oktober 2018. De Stichting SOS Den Haag, die zich inzet voor het behoud van het stadsgezicht, maakte bezwaar tegen deze vergunningverlening.
De rechtbank verklaarde het beroep van de stichting ongegrond, waarna de stichting hoger beroep instelde bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de airco-unit als een bouwwerk geen gebouw zijnde mocht worden aangemerkt en of het bestemmingsplan en de monumentenregels correct waren toegepast.
De Raad van State oordeelde dat de airco-unit inderdaad een bouwwerk geen gebouw zijnde is, omdat deze via het pand indirect met de grond is verbonden en niet toegankelijk is voor mensen. De plaatsing op de luifel viel binnen de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" en was toegestaan volgens het bestemmingsplan. Daarnaast werd geoordeeld dat het college terecht toepassing gaf aan een uitzondering in het bestemmingsplan (artikel 29.2 onder d) omdat strikte toepassing tot onevenredige aantasting van gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden zou leiden.
Verder concludeerde de Raad dat de belangenafweging bij de monumentenzorg zorgvuldig was gemaakt, waarbij het belang van de bedrijfsvoering en het behoud van monumentale waarden in balans waren gebracht. De aanwezigheid van niet-vergunde markiezen die de airco-unit aan het zicht onttrekken, deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Stichting SOS Den Haag wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.