ECLI:NL:RVS:2022:395
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor verplaatsing garagebedrijf ondanks bezwaren parkeerdruk
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende een omgevingsvergunning voor vijf jaar om een garagebedrijf te verplaatsen naar bedrijfsruimtes aan het Willem Dreespark, in strijd met het bestemmingsplan. Een omwonende maakte bezwaar vanwege vrees voor verhoogde parkeerdruk. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in oktober 2020.
De appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de parkeerdruk al hoog is door betaald parkeren en andere lokale voorzieningen, en dat de vergunning niet gebruikt zou worden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college beleidsruimte heeft om af te wijken van het bestemmingsplan en dat alleen de toename van parkeerbehoefte door de verplaatsing relevant is, niet een bestaand tekort. Het college had voldoende gemotiveerd dat de parkeerdruk niet zal toenemen en dat handhaving mogelijk is bij overtredingen.
De Raad van State verwierp het beroep en bevestigde het eerdere oordeel dat de vergunning rechtmatig is verleend. Ook het bezwaar dat de vergunning niet gebruikt zou worden, werd ongegrond verklaard. De klacht over de wijze van bekendmaking van bestemmingsplanwijzigingen werd niet behandeld omdat die niet aan de orde was in deze procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor het garagebedrijf blijft van kracht.