ECLI:NL:RVS:2022:398
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering urgentieverklaring woningzoekende wegens ontbreken zelfstandige woonruimte en medische gronden
Appellant woont bij een kennis op de achttiende verdieping en lijdt aan hoogtevrees met gezondheidsklachten. Hij vroeg een urgentieverklaring aan, maar het college weigerde deze omdat hij geen zelfstandige woonruimte heeft en onvoldoende inspanningen verrichtte om zelf woonruimte te vinden.
Het college vroeg een onafhankelijk medisch advies, dat concludeerde dat er geen medische urgentie is voor een spoedige verhuizing. De rechtbank oordeelde dat het college zich redelijkerwijs op dit advies mocht baseren en de hardheidsclausule niet hoefde toe te passen.
Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat zijn cardioloog en huisarts een andere visie hebben. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat het advies zorgvuldig en objectief was en dat de medische situatie geen schrijnende omstandigheden oplevert die een urgentieverklaring rechtvaardigen.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de urgentieverklaring weigeren.