ECLI:NL:RVS:2022:428
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Denemarken
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 10 oktober 2021 een besluit om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 december 2021 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij op 10 februari 2022 zou worden overgedragen aan Denemarken. Dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen, maar na een aanvullend bezwaar en een nader stuk van de vreemdeling, besloot de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de overdracht op die datum achterwege te laten.
De staatssecretaris kreeg tevens een termijn om inhoudelijk op het verzoek te reageren. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 9 februari 2022.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling aan Denemarken op 10 februari 2022 wordt opgeschort en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.