ECLI:NL:RVS:2022:435
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid afvalligheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 januari 2020, aangevuld op 27 mei 2020, de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat de staatssecretaris onvoldoende heeft toegelicht hoe het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de afvalligheid wordt verricht en beoordeeld. Hierdoor kon de bestuursrechter niet effectief toetsen of de besluiten zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd waren.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris. De staatssecretaris moet de aanvraag opnieuw beoordelen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die door een derde beroepsmatig werden verleend.
De overige grieven van de vreemdeling behoefden geen bespreking meer omdat de zaak wordt terugverwezen. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 februari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.