ECLI:NL:RVS:2022:436
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens verkeerde behandeling verzoek schadevergoeding vreemdeling
De vreemdeling had een verzoek om schadevergoeding ingediend na intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af en handhaafde dit na bezwaar. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die zich onbevoegd verklaarde het beroep te behandelen omdat tegen het afwijzingsbesluit geen beroep openstaat.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank het beroep had moeten aanmerken als een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:90 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank dit had moeten doen, omdat uit het beroepschrift duidelijk bleek dat de vreemdeling schadevergoeding vorderde en dit onderbouwde met stukken.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin zij het beroep niet als verzoek om schadevergoeding behandelde en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor behandeling als verzoek om schadevergoeding.