ECLI:NL:RVS:2022:469
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 28 mei 2020 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en tevens geweigerd uitstel van vertrek te verlenen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 december 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en een verzoek gedaan om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt de bescherming van de vreemdeling gedurende de beroepsprocedure tegen uitzetting. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 15 februari 2022.
Uitkomst: De vreemdeling wordt beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.