ECLI:NL:RVS:2022:471
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang van vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 augustus 2020 de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2021 deze beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat zij niet uitgezet zouden worden en opvang en verstrekkingen zouden ontvangen zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter oordeelde dat een dergelijke voorlopige voorziening passend is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457).
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 15 februari 2022 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet en krijgen opvang totdat het hoger beroep is beslist.