ECLI:NL:RVS:2022:474
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 oktober 2021 een besluit genomen waarbij aan de vreemdeling is opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod is uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 december 2021 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een eerdere uitspraak van 7 juni 2018.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 16 februari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.