ECLI:NL:RVS:2022:486
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hogere letselcategorie uitkering schadefonds geweldsmisdrijven
Appellante diende een aanvraag in bij de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) voor een uitkering naar aanleiding van een geweldsmisdrijf waarbij zij in 2013 met een mes werd bedreigd en mishandeld. De CSG kende haar een uitkering toe in letselcategorie 2, wat overeenkomt met een bedrag van €2.500,00. Appellante stelde dat zij recht had op een hogere letselcategorie vanwege de psychose en psychische klachten die zij na het incident ontwikkelde.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het beleid van de CSG, zoals neergelegd in de Letsellijst, niet onredelijk was en dat de CSG terecht geen hogere letselcategorie toekende. De Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Raad overweegt dat het verband tussen het geweldsmisdrijf en de psychose niet leidt tot een hogere letselcategorie binnen het toepasselijke beleidskader, omdat de Letsellijst bij rechtstreekse bedreiging met een mes standaard uitgaat van letselcategorie 2.
De Raad stelt vast dat de CSG bij de beoordeling van psychisch letsel rekening houdt met multicausaliteit en dat de psychische klachten van appellante niet uitsluitend aan het geweldsmisdrijf kunnen worden toegeschreven. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitkering blijft vastgesteld op letselcategorie 2.