ECLI:NL:RVS:2022:501
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.W. van de Gronden
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering overleg over algemeenverbindendverklaring en pensioenverplichting
Asbestverwijdering Ede B.V. e.a. verzochten de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om overleg over het buiten toepassing laten van de algemeenverbindendverklaring van bepaalde collectieve arbeidsovereenkomsten en de verplichtstelling tot deelname aan bedrijfstakpensioenfondsen sinds 2007. De minister reageerde bij brief van 23 december 2019 dat hij geen aanleiding zag tot overleg en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat zijn brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen van Asbestverwijdering Ede B.V. e.a. ongegrond. In hoger beroep betoogden zij dat de brief van de minister wel als een besluit moest worden aangemerkt, omdat deze gericht zou zijn op rechtsgevolg. De Raad van State oordeelde echter dat de brief slechts een afwijzing van overlegverzoek bevatte en niet gericht was op het vaststellen, wijzigen of opheffen van een rechtsverhouding.
De Raad benadrukte dat de minister bevoegd is om algemeen verbindende voorschriften buiten toepassing te laten, maar dat dit alleen geldt indien hij een besluit neemt op grond van die bevoegdheid. Nu de minister dat niet heeft gedaan en slechts het overlegverzoek afwees, is er geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Het hoger beroep is daarom ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.