ECLI:NL:RVS:2020:1061
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering benoeming tot notaris wegens verdaging besluit op verzoek
Appellant heeft verzocht om benoeming tot notaris, welke benoeming bij koninklijk besluit geschiedt. De minister weigerde aanvankelijk de benoeming wegens onvoldoende persoonlijke geschiktheid, maar herzag dit besluit en gaf aan positief te zullen beslissen. Vervolgens verdaagde de minister de beslissing op het verzoek tot benoeming vanwege een lopende tuchtrechtelijke procedure.
De rechtbank oordeelde dat de brief van verdaging geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, omdat deze niet gericht is op rechtsgevolg en de rechtspositie van appellant niet wijzigt. Het bezwaar tegen deze brief werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat de brief wel een besluit is omdat het de benoeming afhankelijk stelt van de uitkomst van de tuchtrechtelijke procedure, waarmee de minister zijn eerdere positieve oordeel openbrak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de brief slechts een uitstel van de benoeming inhoudt en geen wijziging of verval van het benoemingsvoornemen tot gevolg heeft.
Daarom is de brief niet gericht op rechtsgevolg en geen besluit in de zin van de Awb. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.