ECLI:NL:RVS:2022:514
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor verbouwing winkelpand tot woningen ondanks bezwaar omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Aalten verleende op 18 december 2019 een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een voormalig winkelpand tot twee woningen, waarvan één verkocht aan een derde. Een naastgelegen bewoner, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vrees voor overlast van fietsen en verhoogde parkeerdruk.
De rechtbank Gelderland verklaarde het bezwaar deels gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Hiertegen stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb van toepassing is op de door appellant ingeroepen bepalingen uit het Bouwbesluit 2012, waardoor deze niet tot vernietiging konden leiden. Tevens oordeelde de Afdeling dat het college terecht stelde dat het bouwplan past binnen de centrumvisie, ondanks dat beleidsdocumenten na het parapluplan werden gebruikt. Ook werd geoordeeld dat de woning bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
De vrees van appellant voor parkeerdrukverhoging werd als verzuchting beoordeeld en niet als beroepsgrond. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de omgevingsvergunning ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft ongewijzigd van kracht.