ECLI:NL:RVS:2022:531
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 augustus 2021 de aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 januari 2022 de beroepen ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter achtte dit verzoek gegrond en bepaalde dat de vreemdelingen niet uitgezet mogen worden zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 17 februari 2022 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.