ECLI:NL:RVS:2022:543
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-in-behandeling-neming verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 12 januari 2022 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 februari 2022 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om zijn voorgenomen overdracht op 23 februari 2022 te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de termijn voor het indienen van grieven nog niet was verstreken en besloot daarom bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening te treffen dat de overdracht niet doorgaat. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 21 februari 2022 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster, in aanwezigheid van griffier A.M. van Meurs-Heuvel. De voorlopige voorziening geldt totdat de voorzieningenrechter uitspraak doet over het resterende deel van het verzoek na het verstrijken van de termijn voor het indienen van grieven.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 23 februari 2022 wordt uitgesteld en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.