ECLI:NL:RVS:2022:547
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 december 2021 aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdelingen, inclusief hun minderjarige kind, hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 11 februari 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben zij hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 februari 2022 besloten dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457). De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E. Steendijk, in aanwezigheid van griffier R.M. Renting.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.