ECLI:NL:RVS:2022:577
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor erfafscheiding en tuin voor beperkte periode in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 19 mei 2017 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een erfafscheiding, een blokhut en het realiseren van een tuin op een perceel in Amsterdam, met een gebruiksperiode van maximaal tien jaar. Appellanten, wonend op een woonboot die vanwege infrastructurele werkzaamheden werd verplaatst, waren het niet eens met de beperkte duur van de vergunning en stelden dat deze onbepaalde tijd had moeten gelden conform een verplaatsingsovereenkomst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat het college uitsluitend bevoegd was te beslissen op de aanvraag zoals ingediend, namelijk voor een periode van tien jaar. De vraag of de verplaatsingsovereenkomst een vergunning voor onbepaalde tijd verplicht stelt, is een civielrechtelijke kwestie.
Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat het vertrouwen van appellanten betrekking had op de inhoud van de overeenkomst en niet op het bestuursrechtelijke besluitvormingsproces. De Afdeling benadrukte dat toekomstige ruimtelijke besluitvorming mogelijk een vergunning voor onbepaalde tijd kan regelen, maar dat dit nu nog niet aan de orde was.
De Afdeling wees het hoger beroep af en bevestigde het besluit van de rechtbank. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor tien jaar bevestigd.