ECLI:NL:RVS:2023:4061
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor gritstraalbedrijf in Boazum
Het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân verleende op 9 januari 2019 een omgevingsvergunning beperkte milieutoets aan een gritstraal- en coatingbedrijf in Boazum voor diverse wijzigingen aan de inrichting, waaronder het vervangen van installaties en uitbreiding met een binnenopslagruimte. Een nabijgelegen groothandel in hout, appellante, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke milieubelasting zoals geluid, stof en geur.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij stelde onder meer dat de vergunningen voor bouwen en milieutoets onlosmakelijk samenhangen en dat het college ten onrechte de aanvragen afzonderlijk beoordeelde. Ook voerde zij aan dat de opslagruimte mogelijk als poedercoatingstraat gebruikt zou worden, wat niet was vergund, en dat een milieueffectrapport had moeten worden opgesteld.
De Afdeling oordeelde dat de vergunning voor bouwen onherroepelijk is en dat bezwaren daartegen in deze procedure niet aan de orde zijn. De aanvraag voor de milieutoets ziet niet op een poedercoatingstraat, maar op de opslagruimte zoals aangevraagd. Een eventueel ander gebruik vereist een nieuwe vergunningaanvraag. Verder concludeerde de Afdeling dat op basis van het deskundigenadvies van de StAB de wijzigingen geen belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaken, zodat een milieueffectrapport niet nodig is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.