ECLI:NL:RVS:2022:613
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 28 januari 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht had op opvang en verstrekkingen. Op grond hiervan werd de voorlopige voorziening getroffen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 28 februari 2022 door voorzieningenrechter B. Meijer, in aanwezigheid van griffier A.M. van Meurs-Heuvel. Hiermee werd de vreemdeling beschermd tegen uitzetting gedurende de procedure en werd de financiële last van de procedure voor een deel gecompenseerd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.